Tweedaagse: ‘Mystieke bronnen’


In het voorjaar 2016 publiceerde het Convent van Betlehem in samenwerking met de Faculteit Theologie van de KU Leuven een belangrijk werk over de stichteres van het Convent, Maria Van Hout, een zestiende-eeuwse vrome vrije vrouw en mystica. Deze studie van Lieve Uyttenhove is voor Hof Zevenbergen een uitnodiging om die oude bron van de ‘spiritualiteit van de Menswording’ in de aandacht te brengen. Tegelijk willen wij de eigen inspiratiebronnen van Maria van Hout, deze van haar tijd en deze van de lange traditie daarvoor, systematisch verkennen. Een meerjarenproject.
Vrijdag 11 november: Pareltjes uit de cisterciënzermystiek van de 12de eeuw

Voormiddag:
* Wat is mystiek nu eigenlijk? Een kleine inleiding. Wouter Deruwe, Hof Zevenbergen
* Aelred van Rievaulx, een eigen stem in het 12de eeuwse cisterciënzerkoor. Christiane Dumez, psychologe en lid cisterciënzergroep Westmalle
Namiddag- en avondsessie:
* Willem van St.-Thierry (1075-1148), vriend en mysticus naast Bernardus van Clairvaux, over het Hooglied. Prof. dr. Hein Blommestijn, Titus Brandsma I+nstituut Nijmegen


Zaterdag 12 november: Maria Van Hout en de mystieke renaissance van de 16de eeuw

*Kees Schepers: Zestiende-eeuwse mystieke renaissance in de Lage Landen

*Lieve Uyttenhove: Maria Van Hout ‘Laat het eeuwige Woord in mij neerdalen’

*Synthese van de tweedaagse in aanwezigheid van prof. Blommestijn.

 

Vrijdag 11 november (9.30 u.) tot zaterdag 12 november 2017 (16.30 u.)
Bijdrage: 130 euro met overnachting, 110 euro zonder overnachting
Voor 1 dag (middagmaal inbegrepen): 55 euro


In de vroege zestiende eeuw kwam op verschillende plaatsen in de Lage Landen gepassioneerde mystiek tot bloei na het overwegende ascetisme en moralisme van de vijftiende eeuw. Het Sint Agnes klooster in Arnhem was een oase van verstilde inkeer in een tijd dat godsdiensttwisten het land in de greep hielden. Het geestelijk leven in Sint Agnes stond op zo’n hoog peil dat het een inspiratie vormde voor groepen van bevlogen religieuzen elders in de Zuidoostelijke Nederlanden en het aangrenzende Rijnland. De geleefde spiritualiteit van vrouwen in Arnhem genoot de aandacht en bescherming van mannelijke voorvechters van Katholieke Hervorming tot in Keulen toe. In mijn presentatie zal ik aandacht besteden aan het religieuze klimaat dat de voedingsbodem leverde voor de zestiende-eeuwse mystieke renaissance. Ik bespreek de
specifieke kenmerken van deze mystieke cultuur, aan de hand van geselecteerde passages uit de belangrijkste eigentijdse mystieke teksten.
Kees Schepers is als professor in de geschiedenis van de spiritualiteit in de Nederlanden verbonden aan het Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek richt zich in het bijzonder op zestiende-eeuwse mystieke cultuur in de Lage Landen en intellectuele cultuur in het Zoniënwoud

Het spirituele leven van de zestiende-eeuwse mystica Maria van Hout staat in het teken van een wederkerige liefdesrelatie met God. Op een bepaald ogenblik ondervindt ze dat ze tot die liefdesrelatie door God zelf wordt opgeroepen. God de Vader laat haar voelen dat ze Hem niet lief kan hebben zonder het vaste vertrouwen in zijn vaderlijke almacht en de stellige hoop op zijn barmhartigheid. Ze begrijpt hieruit dat God verlangt dat ze onbezorgd is voor zichzelf en dat ze zich geheel overgeeft aan Gods mensgeworden Woord dat haar telkens en opnieuw uit haar verzwakte of verziekte relatie met God wil verlossen. Ze ervaart bovendien dat het liefhebben van God ook veronderstelt dat ze het deugdzame leven van Christus navolgt. Ze gelooft immers niet alleen dat God in de Persoon van Christus neergedaald is om alle mensen uit hun scheefgegroeide’ relatie met God te bevrijden, maar ook en vooral dat Gods Menswording op het herstel van die relatie gericht is. Gaandeweg voelt ze dat Gods mensgeworden Woord in haar tot leven komt, dat Christus haar met zijn deugden gehoorzaamheid, nederigheid, zachtmoedigheid en barmhartigheid bekleedt en dat Hij in haar het pad effent voor een geestelijke vereniging met God in liefde. De navolging van Christus die haar liefdesrelatie met God vernieuwt, is met andere woorden de vrucht van de geestelijke komst of de Menswording van Gods Woord in haar. Ze beschouwt de aanwezigheid van Gods Woord in haar als een noodzakelijk onderdeel van haar geestelijke leven. Ze bidt daarom als volgt:
‘Ontsluit uw vaderlijke hart en laat het eeuwige Woord in mij neerdalen. Want uw Woord, O hemelse Vader, is een zoet genot voor mijn hart, een prettige harp voor mijn oren. O Verheven Woord, O eeuwig Woord, O honingvloeiend Woord, O Woord vol vreugde, O Woord vol heerlijkheid, ik weet niet hoe ik U genoeg verheffen en eren kan. Het is een wonder dat ons hart niet smelt en onze knieën niet naar de aarde neigen wanneer we horen: Verbum caro factum est’.
Maria van Houts geestelijke liefdesgemeenschap met God – zijzelf noemt het een gemeine leven met God – betekent nog niet dat haar liefdesrelatie met God volkomen is. Ze ervaart dat het Mensgeworden Woord haar ook beweegt om in het voetspoor van Christus voor alle andere mensen die van God vervreemd zijn, bij de Vader vergiffenis af te smeken en te bidden voor het herstel en de vernieuwing van hun geestelijke relatie met God. De neerdaling van Gods Woord in Maria van Hout is dus niet op haar persoonlijke geestelijke
vervolmaking gericht, de bedoeling ervan is dat ze alle mensen naar het voorbeeld van Christus’ goddelijke opdracht in Gods liefdesgemeenschap binnenleidt.
Lieve Uyttenhove is auteur van het boek ‘Ontvangen om te geven’, wetenschappelijk onderzoekster KU Leuven

Vrijdag 11 november (9.30 u.) tot zaterdag 12 november 2017 (16.30 u.)
Bijdrage: 130 euro met overnachting, 110 euro zonder overnachting
Voor 1 dag (middagmaal inbegrepen): 55 euro